It is currently 27 Jul 2017, 16:44

Edward Mannock (1887-1918)

Moderator: Francesco Baracca

Edward Mannock (1887-1918)

Postby Francesco Baracca » 24 Oct 2009, 19:27

If I have any luck, I think I may beat old Mac's [James McCudden] fifty seven victories. Then I shall try and oust old Richthofen...

- Edward Mannock -


Geboren : 24 mei 1887 te Ballincollig te Cork, Ierland
Overleden : 26 juli 1918 in de buurt van Lestrem, Frankrijk
Rang : Majoor
Onderdeel : No. 40,74,85 Squadrons, Royal Flying Corps, Royal Air Force
Nationaliteit : Britse

Voor heroïsche luchtacties tijdens de Eerste Wereldoorlog werd ‘slechts’ 19 maal het Victoria Cross toegekend. Eén van deze ontvangers was Majoor Edward “Mick” Mannock VC. Hij is weliswaar niet zo bekend als Albert Ball VC of de Duitse piloot Manfred von Richthofen, maar hij was wel een van dé topazen van het Britse Royal Flying Corps tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij werd na zijn dood postuum onderscheiden met het Victoria Cross en was volgens velen de beste patrouilleleider ooit in de Britse luchtvaartdienst.


Image

Edward, “Mick” zoals hij later genoemd werd, Mannock werd geboren op 24 mei 1887 in het Ierse Ballincollig te Cork en was één van de drie kinderen van Julia en Edward Mannock, die diende in het 2/Dragoons, Royal Scots Greys. De familie verhuisde hierdoor van de ene garnizoenstad naar de andere, waaronder een zesjarig verblijf in India. Niet lang na zijn terugkeer van de Boerenoorlog werd Edwards vader uit het leger ontslagen en greep hierdoor net wat té graag naar de fles. Niet in staat zich aan te passen en ander werk te vinden, liet hij zijn gezin in de steek en verdween uiteindelijk met het weinige spaargeld dat het gezin had. Edward was hierdoor genoodzaakt de school te verlaten en werk te gaan zoeken als knecht bij de plaatselijke kruidenier. Het werk was zwaar en slecht betaald en het duurde dan ook niet lang eer hij werk vond als hulp bij een barbier.

In 1911 ging hij bij zijn broer werken, die werkzaam was bij the National Telephone Company in Wellingborough. Hij betrok daar een kamer bij de familie Eyles en werd haast een zoon voor dit echtpaar. Het is ook hier dat hij zich ging ontwikkelen en genieten van ‘de dingen des levens’. In begin 1914 vertrok Edward beroepshalve naar het Turkse Constantinopel, maar de reis was een gok aangezien hij ‘Good old England’ had verlaten zonder de belofte van een baan in den vreemde. Toen Turkije aan de zijde van Duitsland in de oorlog verzeilde, werd Edward gearresteerd en opgesloten. Het was overigens tijdens deze verschrikkelijke periode dat zijn haat jegens het Duitse ras enorm toenam. Tijdens zijn verblijf in de Turkse cel konden de overige gevangenen hem vaak ‘Damn the sodding Huns, bloody Huns’ horen gillen. Hij wist niet dat hij onbewust hiermee ook het moraal van de mede celgenoten hoog hield.

Op 1 april 1915, na een vreselijke periode van gevangenschap en mishandelingen, mocht Edward vanwege zijn slechte gezondheid eindelijk naar Engeland terugkeren. Na een herstelperiode nam hij dienst in het Royal Medical Army Corps en bereikte daar al snel de rang van sergeant. Hij voelde zich echter niet gelukkig en nuttig en probeerde daarom overgeplaatst te worden naar the Royal Engineers ‘so I can blow the bastards up’. Zijn verzoek werd ingewilligd en in april 1916 moest hij zich melden bij the Cadet Depot of the Royal Engineers in Fanny Stratford. Maar óók hier voelde hij zich niet gelukkig. Met een leeftijd van bijna 30 jaar was hij veel ouder dan de andere cadetten, en hij wond zich regelmatig op over het gedrag van zijn medeklasgenoten. Velen van hen vonden het veel belangrijker om zich in een mooi uniform te hijsen en indruk te maken op het plaatselijke vrouwelijk schoon, dan zich voor te bereiden op een leven in de loopgraven.

Tijdens een verlof liep hij heel toevallig een oude vriend, Eric Tomkins, tegen het lijf die op dat moment diende bij het Royal Flying Corps (RFC). De vrienden kletsten wat bij en Mick luisterde heel aandachtig naar het spannende leven dat zijn vriend bij het RFC leidde.

Het is ondertussen juli 1916 en de Britse kranten staan vol van de successen van één van Engeland’s beste piloten ooit, Albert Ball VC. Edwards besluit staat nu vast en hij vraagt meteen overplaatsing naar het RFC. Ondanks zijn vrij hoge leeftijd en zijn matige gezondheid, nog steeds overgehouden aan zijn periode in Turkije, weet hij de keuring door te komen en op 14 augustus 1916 zet hij eindelijk voet in de No.1 School of Military Aeronautics te Reading. Het is overigens ook hier dat hij zijn bijnaam ‘Mick’ krijgt.

In Reading leert hij de grondbeginselen van het vliegen, de techniek van de vliegtuigen en de geheimen van het schieten. Verdere opleidingen krijgt hij in Hendon, waar hij op 28 november 1916 slaagt voor zijn examen (no. 3895), in Hounslow en in Hythe. Het laatste deel van zijn opleiding krijgt hij bij het 10e Reserve Squadron in Joyce Green, waar hij een piloot leert kennen die zowel zijn vriend áls zijn mentor zou gaan worden, namelijk Majoor James McCudden VC.

Na zijn opleiding vertrekt Mick naar Noord-Frankrijk en op 6 april 1917 meldt hij zich bij het no.40 Squadron in Treizennes. Maar op de piloten van dit squadron maakte hij in eerste instantie geen indruk, en zijn eerste patrouilles leken te wijzen op misplaatst zelfvertrouwen en grootspraak. Dit veranderde pas toen hij op spectaculaire wijze zijn Nieuport 17 veilig aan de grond wist te zetten nadat een van de ondervleugels tijdens de vlucht was losgeraakt.

Mettertijd werd hij aanvaard, en op 7 juni 1917 boekte hij zijn eerste luchtoverwinning door een Albatros D.III net ten noorden van Lille neer te halen. Toch komt hij zelf niet helemaal ongeschonden uit dit luchtgevecht, want enkele dagen later wordt hij met ernstige oogpijn opgenomen in een ziekenhuis. Bij de daaropvolgende operatie worden er enkele metaaldeeltjes uit zijn linkeroog verwijderd, en na drie dagen van herstel wordt hij met verlof terug naar Engeland gestuurd. Het is ondertussen 2 juli en Mick meldt zich weer bij zijn eenheid in Frankrijk. In de weken daarop ontwikkelt hij zich heel snel tot een volwaardige piloot en haalt hij menig vijandelijk toestel neer. Op 22 juli 1917 word hem het Military Cross toegekend, en volgt zijn promotie tot kapitein en Flight Commander. Zijn eervolle vermelding voor het Military Cross luidt als volgt:

T./2nd Lt. Edward Mannock, R.E. and R.F.C. For conspicuous gallantry and devotion to duty. In the course of many combats he has driven off a large number of enemy machines, and has forced down three balloons, showing a very fine offensive spirit and great fearlessness in attacking the enemy at close range and low altitudes under heavy fire from the ground.

Enkele maanden later nam Mick afscheid van No.40 Squadron, en toen het eenmaal zo ver was werd hij toegejuicht door de officieren en vormden de mecaniciens buiten een erehaag bij zijn auto. In de tussenliggende periode had hij overigens ook nog een Bar op zijn Military Cross weten te bemachtigen.

Februari 1918 meldde Mannock zich in London bij het No.74 Squadron, uitgerust met de SE5a en druk in de weer met het oog op dienst boven het vasteland. Mick bracht zijn hard bevochten ervaring van No.40 Squadron met zich mee en ook hier werd hij tot Flight Commander aangesteld. Op 30 maart 1918 vloog No.74 Squadron over naar Frankrijk waar de eenheid de tenten opsloeg in St.Omer. Enkele dagen later vloog de eenheid naar hun definitieve basis in Clairmarais. Drie dagen na aankomst haalde Mick het eerste Duitse toestel met zijn nieuwe eskader neer en zijn score steeg daarna gestaag. Gedurende de maand mei alleen claimde Mannock 24 overwinningen, waarvoor hij werd onderscheiden met het Distinguished Service Order (DSO), op 8 juni gevolgd met een Bar voor zijn DSO.

Half juni 1918 wordt Mick teruggeroepen naar Engeland om er op 3 juli 1918 bevorderd te worden tot majoor. Twee dagen later wordt hij ook aangesteld om het commando van No.85 Squadron van Billy Bishop VC over te nemen.

Het is 26 juli 1918 en Mick Mannock stijgt op van No.85 Squadron basis in Saint-Omer, vergezeld door het groentje in het squadron, Donald Inglis. Op lage hoogte achter de vijandelijke linies weten ze een Duitse tweezitter te verschalken. Mannock vuurt eerst, waarna Inglis de genadeslag mag geven. Hierna vliegen beide piloten laag over de Duitse loopgraven en komen daarbij in een hagel van mitrailleur- en geweervuur terecht. Inglis, die heel dicht achter zijn leider vliegt, ziet plotseling hoe vlammen uit Mannocks motor komen. Terwijl het vuur zich uitbreidt, helt het vliegtuig langzaam over, en duikt het in de grond. Inglis wordt op zijn beurt zwaar getroffen door grondvuur, maar slaagt er toch in zijn toestel naar de eigen linies terug te voeren. Mannock wordt later door de Duitsers begraven, maar latere gevechten wissen dat graf weer uit.

Na de oorlog werd door vele vrienden van Mannock lange tijd campagne gevoerd om hem te onderscheiden met het Victoria Cross voor zijn inzet, leiderschap en heroische optreden tijdens vele luchtgevechten. Uiteindelijk én na lobbywerk bij de nieuwe minister van Luchtvaart Winston Churchill, werd Mannock postuum onderscheiden met deze dapperheidsonderscheiding.

Mannocks verlies was een enorme klap, want iedereen in het squadron droeg hem op handen en al wie hem had ontmoet was diep onder de indruk. Zijn grootste angst was brandend neer te storten. Maar al vermoedde hij dat hij de oorlog niet zou overleven, hij zette zichzelf onder druk om ermee door te gaan. Het ziet er overigens naar uit dat Mannock VC niet levend is verbrand tijdens zijn laatste vlucht. Een verklaring hiervoor kan zijn dat hij tijdens het neerstorten uit het vliegtuig is gesprongen óf eruit is gevallen. Vanuit Duitsland werd later ook nog een anoniem postpakket ontvangen met daarin het notitieboekje, de revolver, en het identificatieplaatje van Mannock VC. En dit alles in vrij goede staat, zonder enige brandplekken.

Jim Eyles, de man waarbij hij vóór de oorlog lange tijd woonde, heeft jarenlang tevergeefs getracht het graf van zijn ‘zoon’ te localiseren. Het enige wat de Imperial War Graves Commission hem kon meedelen was het feit dat Mannock VC op 26 juli 1918 was overleden. Na recent onderzoek zijn er echter sterke vermoedens dat Edward Mannock VC is begraven in Laventie British Military Cemetery en wel in graf III F12. Op de grafsteen is de volgende tekst te lezen: “A British Airman.”

Er zijn overigens nogal wat discussies geweest over de behaalde overwinningen van deze Victoria Cross-ontvanger. Tot op de dag van vandaag is men het nog steeds niet eens over het aantal hiervan, maar feit is wel dat dit er vele tientallen zijn geweest, en dat ‘Mick’ Mannock VC één van de topazen van de Britse luchtmacht was. Zijn naam wordt herdacht op het Arras Flying Services Memorial, (to the Missing Airmen) in Frankrijk. Het Victoria Cross werd door de Britse koning George V overhandigd aan Mick’s vader, Edward Mannock. Al zijn onderscheidingen zijn nu in handen van dé VC-verzamelaar Lord Michael Ashcroft.

NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar: Francesco Baracca, Italiaanse aas uit Wereldoorlog I

2013:Canadian Citizen’s Memorial Campaign in Sicily.
User avatar
Francesco Baracca
Generaal
Generaal
 
Posts: 254
Joined: 09.2009
Location: Laarne
Gender: Male

Who is online

Users browsing this forum: No registered users and 1 guest

cron