It is currently 11 Dec 2017, 12:13

Liberty-schepen.

Moderators: Baracchini, Francesco Baracca

Liberty-schepen.

Postby Francesco Baracca » 22 Aug 2010, 20:48

Het Liberty-schip SS Carlos Carrillo ligt voor anker in de baai van San Francisco.


Vooral bedoeld voor het gebruik in de handelsvloot, en ter vervanging van geallieerd tonnage die tot zinken werd gebracht door Duitsland, Italië en Japan, was het Liberty-schip zo belangrijk voor de geallieerde overwinning in de Tweede Wereldoorlog, dat het in veel opzichten als wapen kan worden beschouwd. Het type werd ontworpen voor massaproductie in Amerikaanse werven, op basis van een standaardontwerp met een gelaste stalen romp. De schepen werden vanaf 1941 tot 1945 gebouwd in 18 werven aan de Atlantische, Grote Oceaan- en Golfkust van de VS, met in totaal 2770 vaartuigen (verreweg het grootste aantal ooit gebouwd naar één ontwerp), wat neerkwam op zo'n 29.292 miljoen bruto tonnage. Van de schepen werden er 24 uitgerust als kolenschip, acht als tanktransport, 36 als vliegtuigtransport en 62 als tankers.

Het originele ontwerp werd al in 1879 vervaardigd door J.L. Thompson en Sons of Sunderland in Noord-oost-Engeland, en dit ontwerp werd overgenomen door de VS omdat het eenvoud en gebruik benadrukte, plus een korte bouwperiode, maximale vrachtcapaciteit en, naar bleek, uitstekende wendbaarheid. Daar alle bouwcapaciteit van turbines en dieselmotoren in de VS al was toegewezen aan oorlogsschepen, besloot men de Liberty-schepen aan te drijven met triple-expansiemachines, en ook voor alle hulpmachines stoom te gebruiken.

De bouw van het Liberty-schip werd als grote industriële onderneming georganiseerd en gecontroleerd door bouwmagnaat Henry Kaiser, die voorheen vooral ervaring had opgedaan met wegen en dammen. Het difinitieve Liberty-ontwerp moet ook worden toegeschreven aan Kaiser. Kaiser bepaalde de gebruikte procedures om de productie te maximaliseren en stroomlijnen op een gigantische schaal, en hield ook toezicht op het hele proces.

Het Liberty-schip was geoptimaliseerd voor vrachtvervoer en goedkoop en eenvoudig te bouwen. Het concept kwam direct voort uit de Britse bestelling van schepen bij Amerikaanse werven, ter vervanging van tonnage die hoofdzakelijk verloren was gegaan door Duitse vliegtuigen, kaperschepen en, het allerbelangrijkste, duikboten. De schepen werden daarna verkocht voor de Amerikaanse handelsvloot en levering aan bondgenoten krachtens de leen- en pachtwet.

De productie van de Liberty-schepen leek, zij het op veel grotere schaal, op de bouw van Hog Island-schepen en andere standaardtypes in de Eerste Wereldoorlog, en bereidde de weg voor het Victory-schip na de Tweede Wereldoorlog. De Victory-klasse werd gebouwd volgens een minder strikte standaard dan de Libertyklasse, en ging uit van een langere, sterkere romp met een vooronder en stoomturbines. Het standaard Victory-schip had een bruto tonnage van 7607 en een snelheid van 16 knopen.

In 1940 bestelde de Britse regering 60 vrachtstoomschepen in de VS om oorlogsverliezen te vervangen en de handelsvloot te versterken. De schepen van deze Oceanklasse waren simpel maar vrij groot, met een enkele schroef aangedreven door een 1864 kW producerende zuigermachine op stoom van kolenketels, omdat het Verenigd Koninkrijk geen olie had maar wel volop steenkool. De opdracht specificeerde een toename in diepgang van 0,45 m en in waterverplaatsing van 800 naar 10.100 ton; de accommodatie, brug en hoofdmachinekamer moesten midsscheeps komen, en een lange tunnel moest de as van de hoofdmachine verbinden met het achterste verlengstuk naar de schroef. Het eerste Oceanschip was de Ocean Vanguard, te water gelaten op 16 augustus 1941.

Dit ontwerp werd uitgewerkt door de Amerikaanse Maritieme Commissie op het toe te splitsen op de scheepsbouw in de VS, en ook om de schepen verder te vereenvoudigen voor gebruiksgemak en een hoger bouwtempo. De Amerikaanse versie was de EC2-S.C1, waarbij het meeste klinkwerk (eenderde van de arbeidskosten) werd vervangen door laswerk. De opdracht werd gegeven aan het bouwconglomeraat van Henri Kaiser.

Het aantal leen- en pachtschepen werd in maart 1941 verhoogd tot 200, en daarna in april van hetzelfde jaar naar 306, waaronder 117 Liberty-schepen. De schepen hadden destijds een slecht publiek imago en in een poging het publiek achter het bouwprogramma te krijgen, werd 27 september 1941 uitgeroepen tot 'Liberty Fleet Day'. Op die dag liet men de eerste 14 EC2-schepen te water. De eerste was de Patrick Henry, die door president Franklin D. Roosevelt te water werd gelaten. De president zei dat de nieuwe scheepsklasse Europa zou bevrijden, en dit leidde tot de naam 'Liberty'.

In het begin duurde het 230 dagen om elk schip te bouwen (de Patrick Henry 244 dagen), maar naarmate het proces routine werd en de arbeidskrachten meer ervaren, zakte het gemiddelde naar 42 dagen. Als publiciteitsstunt werd de Robert E. Peary slechts 4 dagen en 15,5 uur na de kiellegging te water gelaten. De schepen werden opgebouwd uit montageonderdelen, samengevoegd op een assemblage-lijn, en in 1943 werden er elke dag drie nieuwe Liberty-schepen voltooid. De schepen werden veelal vernoemd naar beroemde Amerikanen, beginnend met de ondertekenaars van de Onafhankelijkheidsverklaring van 1775.

Een opvallend Liberty-schip was de Stephen Hopkins, die tijdens 1942 een Duits kaperschip tot zinken bracht. De Hopkins was daarmee het eerste Amerikaanse schip dat een Duits oppervlakteschip tot zinken had gebracht.

De Liberty-schepen waren vaak verre van volmaakt. Bij vele scheurden de romp en het dek, en sommige vergingen door zulke constructiefouten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden bijna 1500 ernstige breuken gemeld, en 19 schepen braken onverwacht in tweeën, zoals de John P. Gaines, die op 24 november 1943 zonk met medeneming van tien bemanningsleden. Dit probleem werd veroorzaakt door de grote haast waarmee de schepen werden gebouwd, vaak door onervaren mensen, in een tijd waarin de verbrossing van staal niet volledig werd begrepen en de schepen vaak veel te zwaar werden geladen. De schepen gingen doorgaans verloren na een storm, waarbij de romp onder grote druk kwam te staan, maar dit was een van de factoren die ertoe leidden dat de Victoryklasse een stevigere, minder stijve romp kregen.

Het laatste voltooide Liberty-schip was de Albert M. Boe, afgeleverd op 30 oktober 1945. De meeste Liberty-schepen overleefden de oorlog en vormden een belangrijk onderdeel van de naoorlogse vrachtvloot. Het Liberty-schip werd gebouwd met montageonderdelen. Zonder het Liberty-schip hadden de geallieerden het vermoedelijk veel lastiger gevonden de Asmogendheden te verslaan.

Specificatie:
Type:
Vrachtschip
Bouwfirma: 18 verschillende werven in de VS.
Gebouwd: 2770 ; 2710 afgebouwd.
Afmetingen: Lengte: 135 m ; Breedte: 17,3 m ; Diepgang: 8,5 m.
Capaciteit: 9145 ton.
Motor: twee met olie gestookte stoommachines, drievoudige expansie-stoommachine, enkele schroef.
Vermogen: 2500 pk (1.9 MW).
Bereik: 23.000 mijl (37.000 km).
Snelheid: 11 tot 11,5 knp (20 tot 21 km/u).
Bemanning: 41
Bewapening: Een op de achtersteven geplaatst dekkanon van 4-inch (102-mm) tegen duikboten aan de oppervlakte, verschillende luchtdoelkanonnen.
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar: Francesco Baracca, Italiaanse aas uit Wereldoorlog I

2013:Canadian Citizen’s Memorial Campaign in Sicily.
User avatar
Francesco Baracca
Generaal
Generaal
 
Posts: 254
Joined: 09.2009
Location: Laarne
Gender: Male

Who is online

Users browsing this forum: No registered users and 1 guest

cron