It is currently 11 Dec 2017, 18:05

De aanval op Walcheren,Operatie 'Infatuate'.

Moderator: Francesco Baracca

De aanval op Walcheren,Operatie 'Infatuate'.

Postby Francesco Baracca » 06 Nov 2009, 16:56

Op 4 september 1944,na een snelle vijfdaagse opmars over 400 km door Noord-Frankrijk en België,nam de 11e Britse Pantserdivisie Antwerpen in waarvan de havens nog vrijwel intact waren. Op dat ogenblik had de verwezenlijking van de plannen van de geallieerde bevelhebbers de oorlog snel te beëindigen binnen handbereik gelegen,als niet door een reeks misstappen hun het initiatief uit handen was geslagen. De opmars stopzettende om brandstof in te nemen en te hergroeperen,gaven de geallieerden de Duitsers onbewust de gelegenheid hun 15e leger terug te trekken van de zuidelijke oevers van de Schelde en hun uiteen gevallen strijdkrachten in Nederland te hergroeperen. Erger was de beoordelingsfout om de oprukkende troepen halt te laten houden bij de dam tussen Brabant en Zuid-Beveland. Het behoud van deze verbinding stelde de Duitsers in staat beide oevers van de Westerschelde te blijven beheersen en Antwerpen in hun greep te houden.
Het was een ernstige fout waarvoor de geallieerden duur zouden moeten betalen. Antwerpen was de sleutel in Veldmaarschalk Montgomery's plan zijn 21e legergroep naar het Rijnland te laten oprukken. Zonder het gebruik van Antwerpen waren de geallieerden afhankelijk van Mulberry en kleinere Franse havens,ver achter hun vooruitgeschoven posities. In de weken die volgden op de verloren slag om Antwerpen,werden de verbindingslijnen nog langer en kwetsbaarder,waardoor een nog groter beroep moest worden gedaan op de schaarse reserves aan mankracht,brandstof en transportmiddelen.
Onder deze omstandigheden nog verder oprukken zou dwaasheid zijn geweest en tegen midden oktober was het duidelijk dat alle andere offensieve operaties moesten worden stilgelegd totdat de Duitsers uit het gebied van de Westerschelde zouden zijn verdreven. Gedurende twee weken was het 2e Canadese Legerkorps in hevige gevechten gewikkeld om het Leopoldkanaal te kunnen oversteken en Breskes in handen te krijgen,terwijl Canadese en Britse eenheden van het 1e Legerkorps erin slaagden Zuid-Beveland af te sluiten.
Tegen het eind van de maand hadden de 2e Canadese en de 52e Lowland Divisie Zuid-Beveland stevig in handen en waren de oevers van de Westerschelde gezuiverd van Duitse troepen. Alleen Walcheren met zijn Duitse bezetting vormden nu nog een obstakel tussen Antwerpen en de open zee.

Walcheren.
Walcheren was,liggende aan de ingang van de Westerschelde,inderdaad een formidabel obstakel,niet in het minst ook door de versterkingen die de Duitsers hadden aangelegd en die tot de meest geduchte ter wereld behoorden. In bunkers van gewapend beton stonden 18 zware batterijen opgesteld,elk bestaande uit 4 tot 6 vuurmonden die bescherming boden tegen een invasie uit het westen. De meeste kanonnen hadden een kaliber van 105 of 150-mm met een maximale dracht van 30.000 meter,die dood en verderf konden zaaien onder de opvarenden van een naderende invasievloot. Daarnaast hadden de Duitsers,diep verscholen op verschillende punten langs de kustlijn nog zwaarder geschut van 220-mm opgesteld. Meer landinwaarts bevond zich antitankgeschut van 88-,50- en 47-mm. Voorts waren boerderijen veranderd in versterkte plaatsen,compleet met cementen geschutsopstellingen en met mitrailleur- en mortierposities die naderingswegen vanaf de kust onder vuur konden nemen.
Mijnenvelden in de riviermonding sloten de mogelijkheid af aan de oostelijke kant van Walcheren een landing uit te voeren,terwijl de stranden aan de westkant door de afschrikwekkende verdedigingswerken het vooruitzicht van een landing niet aanlokkelijk maakten. Zandbanken voor de kust maakten,zelfs bij het gunstige getij,een landingsoperatie tot een onderneming vol risico's. De eerste obstakels die men bij een landing zou tegenkomen waren drie meter lange ijzeren palen die bij vloed onder hetwateroppervlak bleven en waarvan ongeveer één op drie was voorzien van een springlading die tot ontploffing zou worden gebracht zodra een landingsboot tegen een paal zou stoten. Tussen de langere palen waren kortere van ongeveer één meter geplaatst die met de grotere waren verbonden en aan elk waarvan,met een stalen band,een 75-mm granaat was bevestigd. Aangezien een lichte stoot voldoende was de lading tot ontploffing te brengen kon het systeem - ondanks de mogelijkheid dat de normale getijdestroom explosies kon veroorzaken - een invasiemacht voor grote problemen stellen. Daarnaast bestonden nog andere middelen die tot ontploffing konden worden gebracht,zoals granaten met een kaliber van 10 inch. Voorts ook poortvormige obstakels van 3 m breed en 2 m hoog waaraan anti-persoonsmijnen konden worden bevestigd. Voor de stellingen van elke compagnie lagen mijnenvelden,alsmede langs de dijken en verborgen tussen het duinzand waar detectie moeilijk was. Veel mijnen waren in 1940 buitgemaakt op de Fransen,maar er lagen ook grote aantallen anti-magnetische mijnen van Duits fabrikaat,zoals die van het type Schu en Holz tegen respectievelijk personeel en tanks. In de beste Duitse tradities wemelde het eveneens van boody-traps die onder meer waren bevestigd aan de palen van de prikkeldraadversterkingen achter het strand.
Het 10.000 man sterke Duitse garnizoen beschikte over diverse soorten wapens voor de korte afstand. Naast de kust- en veldartillerie hadden het 89e Regiment vestingsartillerie en de 70e Infanteriedivisie niet minder dan 353 vlammenwerpers,drie batterijen raketwerpers en een aantal op afstand bestuurbare 'Goliath' vernielingsvoertuigen. Van de 353 vlammenwerpers waren er 220 geconcentreerd in de driehoek Domburg-Westkapêlle-Zoutlande. De luchtverdediging,geleid door de vijf door de Luftwaffe bemande radarstations,bestond onder meer uit geschut van het 810e Flakbataljon van de Kriegsmarine verder uit buitgemaakte Britse 3,7-inch kanonnen en uit een groot aantal 88-mm en 50-mm wapens die rondom het eiland stonden opgesteld. De Kriegsmarine was verder bij de verdediging ingeschakeld met 85 kleinere oorlogsschepen,waaronder 15 Schnellboote en 10'R' boten.
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar: Francesco Baracca, Italiaanse aas uit Wereldoorlog I

2013:Canadian Citizen’s Memorial Campaign in Sicily.
User avatar
Francesco Baracca
Generaal
Generaal
 
Posts: 254
Joined: 09.2009
Location: Laarne
Gender: Male

Re: De aanval op Walcheren,Operatie 'Infatuate'.

Postby Francesco Baracca » 08 Nov 2009, 09:38

Het geallieerde plan.
De geallieerden waren in feite begin oktober begonnen met hun operaties tegen Walcheren,kort voordat Montgomery had opgeroepen met alle macht de vaart op de Schelde veilig te stellen. De hoeksteen van het geallieerde plan was de zeewering aan te tasten,om zodoende het water binnen te laten en de Duitse verdedigingswerken die onder het zeeniveau lagen,onder water te zetten. Het eerst kwam hiervoor in aanmerking de Westkapelse Zeedijk die aan de voet 60 m en aan de kruin 18 m breed was. Bomber Command vond het een interessante opdracht enontwierp een plan in twee fasen. Eerst zou de dijk worden bestookt met bommen van 500 en 2000 kg. Als deze geen breuk zouden veroorzaken zou het 617e Squadron worden opgedragen een kwartier later een nieuwe aanval te doen met hun bommen van 6000 kg,de zgn. 'Tallboys'.
De gevolgen op lange termijn van het inunderen van uitgestrekte gebieden goed bouwland,om nog maar niet te spreken van de steden,zouden zeer ernstig zijn. De dijken waren tot stand gekomen in een periode die zich uitstrekte over honderden jaren; thans zouden deze in een handomdraai worden vernietigd,terwijl het polderland door het zeewater zou verzilten en mogelijk zou worden weggespoeld.Hoewel het gebied betrof van een der geallieerden,werd in Londen de Nederlandse regering in ballingschap niet van te voren op de hoogte gesteld van de operatie,mogelijk omdat zij zou weigeren toestemming te geven. Op 2 oktober,de dag voorafgaande aan de eerste bombardementen,werd de burgerbevolking per radio en met pamfletten gewaarschuwd dat een aanval op handen was en dat iedereen zich in veiligheid moest brengen.
Op de morgen van de 3e oktober 1944 stegen van hun basis in Engeland 259 toestellen op,behorende tot de 1e,3e,5e en 8e (Pathfinderà vliegtuiggroep. Twaalf daarvan moesten ontijdig terugkeren,zodat er uiteindelijk 247 meededen aan de aanval die werd uitgevoerd in acht golven van steeds 30 vliegtuigen. Het bombardement begon om 12.54u. De 1269,6 ton bommen die werden uitgeworpen deden de dijk bezwijken zodat het 617e Squadron niet in actie behoefde te komen. Tegen drie uur 's middags zagen waarnemers dat het zeewater door een gat van 10 meter landinwaarts stroomde. Deze rapporten werden later bevestigd door verkenningsvluchten van de 2e Tactische Luchtmacht. Hoewel de bommenwerpers,voornamelijk Lancasters met enkele Mosquito's,enige hinder hadden gehad van luchtafweer opgesteld in Vlissingen,was de Luftwaffe zelf niet tussenbeide gekomen.
De dijkbreuk bij Westkapelle had tot gevolg dat bij vloed de huizen ruim een halve meter onder water stonden,terwijl zij bij eb weer droog liepen. Hoewel de luchtverkenning had aangetoond dat de onderwaterzetting zich verspreidde tot het centrum van Walcheren,waarbij reeds 4000 hectare was ondergelopen,werden voor 7 en 11 oktober twee nieuwe aanvallen voorbereid om te pogen de zee ook vanuit het zuiden en het noord-oosten binnen te laten stromen. Op 7 oktober werd de dijk ten oosten van Vlissingen gebombardeerd door 64 Lancasters en Mosquito's van de 5e Vliegtuiggroep. De 383;9 ton bommen veroorzaakten een nieuw gat bij Rammekens terwijl westelijk van Vlissingen 58 toestellen van dezelfde groep 348,2 ton bommen afwierpen waardoor het zogeheten Nollegat ontstond.
ier dagen later werd de dijk bij Veere gebombardeerd door 62 toestellen van de 5e groep die aldaar met 374,1 ton bommen een vierde gat sloegen in de Walcherse zeeweringen,waardoor de inudatie van het eiland nagenoeg voltooid was.
In de nacht van 16 op 17 oktober werden nog eens 289,7 ton bommen afgeworpen boven het gat bij Westkapelle,aan welke operatie werd deelgenomen door 49 Lancasters en Mosquito's van de 5e groep.
Gedurende de hele maand bleef het luchtoffensief voortduren,met het doel het moreel aan te tasten van de verdedigers,maar ook om een veiliger doorgang te verkrijgen tussen de verdedigingswerken aan beide zijden van het gat bij Westkapelle. Nadat Breskens was bevrijd en Walcheren binnen bereik kwam,kregen de bommenwerpers steun van de artillerie van het 2e Canadese Legerkorps.
Intussen begonnen de geallieerde plannenmakers in hun hoofdkwartieren Gent en Brugge de amphibische aanval op het eiland te coördineren. Niemand was verrast toen,na enkele stoutmoedige verkenningen van MTB's en patrouilles in kleinere bootjes,bleek dat de kans om het gat in de dijk ongemerkt te naderen te verwaarlozen was. De landing bij Westkapêlle zou frontaal moeten plaatsvinden met een aanvalsgolf van Commando's,gesteund door bombardementen vanuit de lucht en vanuit zee en door specialistische teams voor het opruimen van hindernissen,alsmede door een veldgenieeenheid die door graafwerkzaamheden ervoor moest zorgen dat de Commando's vaste voet zouden krijgen. Tenslotte werd besloten dat de hoofdaanval zou worden uitgevoerd door Commando's van de 4e Special Service Brigade van het Britse Korps Mariniers onder leiding van Brigadegeneraal B.W. Leicester (DSO). No.4 Commando van het Britse leger zou voorafgaand een landing uitvoeren op het enige stuk strand bij Vlissingen dat een redelijke uitvalsweg had,zij het dat deze nauw en weinig geschikt was. De 155e Infanteriebrigade zou na de Commando's bij Vlissingen aan land gaan en,indien alles volgens plan zou verlopen,zouden binnen enkele uren na de eerste aan,val twee complete brigades met enige tanks en artillerie op Walcheren zijn geland. Nu de noodzaak over Antwerpen te kunnen beschikken met de dag urgenter werd,kon Operatie Infatuate geen dag langer worden uitgesteld. D-day werd vastgesteld op 1 november.
Ondanks allerlei wijzigingen in het plan werd een hele hoop werk verzet in de tijd dat de eenheden die bij de operatie waren betrokken zich eind oktober in Oostende concentreerden. Het zou in de volle betekenis van het woord een gecombineerde operatie worden. Voor Operatie Infatuate I - de landing bij Vlissingen - zou No.4 Commando onder dekking van de duisternis vanuit Breskens de Westerschelde oversteken. In hun landingsboten zouden zich ook marine-opruimingseenheden bevinden,alsmede een peloton genisten van de 59e GHQ Troops Compagny,een groep pioniers van de 144e Pionierscompagnie,een Canadees geneeskundig peloton,Artilleriewaarnemers en een Nederlands detachement van No.10 (Interallied) Commando. No.47,48 en 41 Commando en de ondersteunende eenheden zouden voor Infatuate II bij Westkapelle vanaf grotere vaartuigen aan land gaan en daarbij vooral gebruikmakend van Studebaker M29 'Weasel' en 'Buffalo' amphibische rupsvoertuigen van het 11e Royal Tank Regiment. Niet bij Vlissingen maar wel bij Westkapelle zouden tanks aan land worden gebracht. Het 1e Lothian Horse zou twee Sherman commando-tanks en tien Sherman vlegeltanks leveren,terwijl de Royal Engineers acht Churchill tanks aan land brengen (vier bruggeleggers en vier voorzien met materieel om tankgrachten te dichten).
Gedurende de tijd dat de eenheden voor de strijd te land,zich met gespecialiseerde tactische oefeningen in de duinen rondom Oostende op hun taak voorbereidden,verzamelden de Britse marineschepen van Force 'T' zich in de haven van deze stad. Op 27 oktober waren er totaal 182 landings en andere vaartuigen in Oostende gearriveerd,alsmede vele tonnen essentiële voorraden voor de landing bij Westkapelle. Onder leiding van de commandant van de landingsvloot,de Britse kapitein ter zee A.F. Pugsley (DSO),kwamen in een tijdsbestek van vier dagen in een koortsachtig tempo de verbindingen tot stand,werden de plannen gecoördineerd de rol die elkeen moest vervullen beoefend en embarkeerden de troepen en het materieel.
De vloot was uitsluitend taakgericht. Met uitzondering van het commandoschip,het fregat HMS Kingsmill,bestond zij geheel uit lange smalle vaartuigen die,ondanks hun slechte zeevaardigheid,zulke goede diensten hadden bewezen tijdens de landing in Normandië. Behalve de 36 LCT's voor de rupsvoertuigen en de 24 grote vaartuigen voor het vervoer van personeel,bestond de vloot uit een assortiment kleinere schepen voor het vervoer van drinkwater,olie,gereedschappen enz. ,alsmede uit drie tot hospitaalschip omgebouwde LCT's,en verder uit barkassen en toezichthoudende vaartuigen. Het ondersteuningseskader 'Eastern Flank' onder commando van kapitein ter zee K.A. Sellar 5DSC) telde 25 omgebouwde vaartuigen die de tanden van Force 'T' vormden. Op deze schepen hadden de mariniers met hun geschut de taak ondersteunend vuur af te geven voor de landingsvaartuigen als deze de kustlijn zouden bereiken en voor de Commando's wanneer zij eenmaal aan land zouden zijn gegaan. Ter ondersteuning van de landing bij Westkapelle had Sellar vijf LCT's tot zijn beschikking die geschikt waren gemaakt om met raketten een allesvernietigend vuur af te geven,voorts zes kleinere vaartuigen uitgerust met kanonnen en nevelwerpers. Tenslotte had hij ook nog negen plompe LCG's,de minst zeevaardige van de geimproviseerde typen,tot zijn beschikking die of waren uitgerust met 4,7-inch of met 17-ponder kanonnen en die gemonteerd waren in gepantserde geschutstorens. Hun rol in de operatie van 1 november zou een zeer heroïsche worden.
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar: Francesco Baracca, Italiaanse aas uit Wereldoorlog I

2013:Canadian Citizen’s Memorial Campaign in Sicily.
User avatar
Francesco Baracca
Generaal
Generaal
 
Posts: 254
Joined: 09.2009
Location: Laarne
Gender: Male

Re: De aanval op Walcheren,Operatie 'Infatuate'.

Postby Francesco Baracca » 08 Nov 2009, 13:21

Infatuate I.
Op 1 november om 03.15u begonnen de 550 man van No.4 Commando in Breskens aan boord te gaan van de landingsvaartuigen. De aanval kon niet worden gesteund door bommenwerpers. Deze moesten aan de grond blijven vanwege de laaghangende bewolking en druilregen boven Zeeland,de Noordzee en Engeland. De voorbereidingen tot de aanval hadden de vorige dag ook de aandacht getrokken van de Duitse batterij W6 op Walcheren,en het zag ernaar uit dat het element van verrassing zijn waarde had verloren.
Echter,toen om 05.45u de eerste landingsvaartuigen bij Uncle Beach het strand en,per ongeluk,bij de Oranjemolen de landtong bereikten,werden onmiddellijk successen behaald tegenover de gedesorganiseerde vijand die nog versuft was van het uren lang durende bombardement uitgevoerd door 15 regimenten artillerie. Terwijl de opruimingsploegen de hindernissen op het strand verwijderden,vocht de verkenningseenheid zich een weg naar de ingang van de haven. Daar overrompelden kapitein Rewcastle en zijn kleine groep een ondergrondse 75-mm geschutsopstelling die een dreiging vormde voor een tweede golf landingsvaartuigen. 20 Duitsers werden hierbij gevangen genomen. Na hergroepering in de nabijliggende Oranjestraat namen zij een positie in die bescherming moest bieden aan de uitvalsweg vanuit het bruggehoofd.Enkele minuten later arriveerde de tweede golf landingsboten en ging No.2 Troop zonder verliezen aan land. Een groep onder leiding van 1e luitenant Hunter Gray veroverde daarbij een stuk van 50-mm dat onmiddelijk door een geimproviseerd groepje werd bemand om vuurdekking te geven aan de vooruitstormende commando's bij hun aanval op de pillboxen die hun opmarsweg versperden. Tegelijkertijd maakte op de linkerflank een groep onder de 1e luitenant der mariniers F?J? Albrow gelijksoortige vorderingen door de weg vrij te maken voor een opmars via de Piet Heinstraat.
Intussen hadden om 06.30u de 15 LCA's met de rest van de commando's (No.3,5 en 6 Troops) plus pioniers,verbindings en geneeskundig personeel,opdracht gekregen aan land te gaan. Toen zij het strand bereikten werden zij vanuit de nog te zuiveren stadsdelen onthaald op een hagel van steeds accurater gericht vuur,afkomstig uit diverse kleinkaliber wapens. Wonderlijk genoeg vielen er zeer weinig slachtoffers. De commando's hadden via een bres in de anti-tankmuur vanaf het strand een snelle uitval gedaan,waarna zij zich een weg vochten naar de Willemstreaat (thans Wilhelminastraat) en de Nieuwstraat. Daar zouden zij zich hergroeperen en gereedmaken voor de huis-tot-huis gevechten die hun nog te wachten stonden.
Omstreeks 08.30u,toen de eerste van de nieuwe golf LCA's opdoemde,met aan boord de King's Own Scottisch Borderers,had No.4 Commando zich geconsolideerd en stond zij gereed om te trekken tegen de landinwaarts gelegen stellingen die nog steeds een bedreiging vormden voor het smalle bruggehoofd. Het eerste gedeelte van Infatuate I was een groot succes geworden.
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar: Francesco Baracca, Italiaanse aas uit Wereldoorlog I

2013:Canadian Citizen’s Memorial Campaign in Sicily.
User avatar
Francesco Baracca
Generaal
Generaal
 
Posts: 254
Joined: 09.2009
Location: Laarne
Gender: Male

Re: De aanval op Walcheren,Operatie 'Infatuate'.

Postby Francesco Baracca » 11 Nov 2009, 18:05

Infatuate II.
Voor Force 'T' gingen ondertussen de zaken minder voorspoedig. Bij het aanbreken van de dag scheen het weer,waarover men zich bij de aanvang van de zes uur durende tocht ernstige zorgen had gemaakt,te zijn verbeterd. De aanval was vastgesteld op 09.45u,maar toen om 07.15u het 15-inch geschut van het marineeskader - het oude slagschip Warspite en de monitors Roberts en Erebus - het vuur opende op de kustbatterijen moest het dit doen zonder de beloofde waarneming vanuit de lucht.
Vanaf de Kingsmill seinde kapitein ter zee Pugsley dat het weer voor de kust geschikt was voor luchtoperaties,maar hij ontving een ontmoedigend antwoordt: de weersomstandigheden in Engeland waren slechter en de jachtbommenwerpers bleven aan de grond op de door regen doorweekte vliegvelden.
Om 08.00u begaf een motorbark zich tot onder de kust voor het uitplooien van markeringsboeien,daarbij hevig vuur trotserend vanuit de door een rookgordijn omgeven kustbatterijen. Theoretisch was er de mogelijkheid de operatie uit te stellen omdat het getijverloop dit gedurende zes dagen toestond waarbinnen de landing kon worden uitgevoerd. Terwijl het verrassingselement hiermee volkomen verloren zou gaan,bestond het risico dat het weer niet verder zou verslechteren en de Duitsers alle gelegenheid zouden hebben hun volle aandacht te wijden aan de bij Vlissingen gelande troepen. Aldus viel de beslissing om de operatie voort te zetten zonder bommenwerperssteun,waardoor het ondersteuningseskader de kustbatterijen vanaf een veel kortere afstand zou moeten aanvatten dan eerder in de bedoeling lag.
Het was een taak waaevoor de omgebouwde landingsschepen niet geschikt waren,maar er was geen tijd te verliezen. Zoals voorgenomen splitsten de 25 schepen zich in twee groepen die elk specifieke doelen aan één der kanten van het dijkgat toegewezen. Toen zij bezig waren de kust te naderen begon het zware geschut van de hoofdbatterij in Westkapelle zich in het gevecht te mengen.
Er ontstond een artillerieduel van ongekende hevigheid. Vanuit Breskens ontving het ondersteuningseskader bijstand van de Canadese kanonniers bij de beschieting van de batterijen W13 en W15. De zware explosieven waarmee deze werdenbestookt hadden echter nauwelijks enige uitwerking op de diep in hun betonnen onderkomens weggedoken Duitsers. Een regen van granaten werd dan ook op het eskader afgevuurd toen het tot op minder dan 1000m het Duitse geschut was genaderd,een afstand waarop de 4,7-inch kanonnen van de LCG's en de raketten aan boord van de LCT (R)'s het meest effectief waren. Toen om 09.45u het bevel kwam dat de schepen tot pointblank range moesten naderen,was de enige troost voor de bemanning dat de Duitsers voornamelijk mat pantser doorborende granaten schoten. Zouden ze meer brisantgranaten hebben afgevuurd,dan zouden de kansen om het strand te bereiken te verwaarlozen zijn geweest. Het noodlot greep vervolgens wreed in toen een raketsalvo van een LCT (R) in plaats van het doel,vier schepen trof waarbij 33 mariniers gewond werden en LCG2 onder commando van luitenant ter zee 1e klas A. Cheyney (DSC) tijdelijk werd uitgeschakeld juist op een moment dat haar vuurkracht moeilijk kon worden gemist.
Het eskader werd nu meedogenloos bestookt met 88 en 105-mm geschut. De drie LCG's deden hun uiterste best dichter bij hun doelen noordelijk van het dijkgat te komen,waarbij zij zware verliezen leden. LCG1 (Ltz 2e kl. A.H. Ballard) slaagde er op een of andere manier in twee directe treffers te overleven en binnen 540m van de kust te komen voordat een nieuwe treffer de bemanning (van wie er 22 gewond waren) noodzaakte het schip te verlaten. Terwijl LCG1 zinkende was na een poging haar weg te slepen,mengde LCG2 zich weer in de strijd en vocht zich een weg tot op 450m van de vijandelijke stellingen. Door een voltreffer in de machinekamer moest echter ook zij de strijd staken en worden weggesleept. Onverschrokken deden de mariniers een laatste poging de 88-mm kanonnen tot zwijgen te brengen. De sleep raakte evenwel los en de LCG2 dreef af naar een mijnenveld,liep vervolgens op twee mijnen en zonk. LCG17 werd ook ernstig beschadigd en moest zich terugtrekken.
Ten zuiden van het dijkgat was LCG11 zo ernstig getroffen dat zij in de operatie nog slechts een ondergeschikte rol kon vervullen.LCG10 echter hervatte na een treffer,20 minuten later het gevecht met een geimproviseerde geschutsbediening,samengesteld uit niet-gewonde bemanningsleden. Gedurende de volgende 2.45u gebruikte zij anderhalf keer zoveel munitie als tijdens de eerste zes dagen van de landing in Normandië.
De LPG (M)'s met hun 17-ponder kanonnen moesten aan land worden gezet bij de pillboxen aan elk der kanten van het dijkgat. Dat zij hierin slaagden terwijl zij gewikkeld waren in een duel op korte afstand met de Duitse 105 en 150-mm kanonnen,was een markant wapenfeit waarmee de verdedigers de handen vol hadden op een moment dat voor hetzelfde geld hun aandacht gericht had kunnen zijn op de naderende landingsschepen. Tijdens het gevecht leverde LCG (M) 102 een heldhaftige strijd voordat zij in brand werd geschoten. Er waren onder de 31 officieren en overigen geen overlevenden.
Aan de noordkant van het dijkgat raakte LCG (M) 101 de wal op nog geen 30m van het doel. Gedurende het daarop volgende gevecht van een half uur was ondanks zware schade die zij opliep elk schot raak dat zij afvuurde. Toen de 17-ponders tenslotte zwegen slaagde de bemanning er in het schip weer in volle zee te krijgen,waar het echter enkele minuten later zonk.
Drie LCG's hadden de voorhoede vergezeld naar de zuidelijke oever comform een opdracht die later als een 'zelfmoordactie' werd omschreven. Alle drie bereikten de kust en met hun 6-ponders en 20-mm geschut bestookten zij vijandelijke sterktes. Lang duurde dit niet want zij werden in brand geschoten waarbij 55 officieren en overigen sneuvelden. Gedurende de paar minuten dat zij in actie waren geweest maakten de aanvalsgroepen van No.48 Commando echter gebruik van dit vuurgevecht om aan de aandacht van de Duitsers te ontsnappen en het strand te verlaten.
Het bruggehoofd stelde nog weinig voor. Terwijl de LCT's met de amfibische voertuigen aan boord de kust naderden,was het de beurt aan de LCF's met hun 2-ponder pom-poms en hun 20-mm Oerlikons om de vijand van dichtbij aan te grijpen.
LCF37 (Ltz.I G.L. Carlton) kreeg daarbij een voltreffer die de munitievoorraad van 100.000 patronen deed ontploffen. 40 man sneuvelden. Een handvol in zee terechtgekomen overlevenden moesten daarna nog aanhoudend mitrailleurvuur doorstaan voordat zij werden opgepikt. Ook LCF38 ging verloren nadat in een ruim brand uitbrak. De bemanning werd echter gered door een zusterschip.
Het slagen van de operatie hing aan een zijden draad. De nog inzetbare luchtafweer- en raketschepen kregen opdracht achter elkaar te varen en op 1000m uit de kust met een snelheid van zes knopen koers te zetten naar de vuurtoren van Westkapelle,onderwijl de kust bestrijkend met gericht vuur. Het was een manoeuvre die juist op tijd het Duitse vuur wegtrok van de naderende landingsboten. Terwijl de ondersteuningsvaartuigen spitsroeden liepen en door de Duitsers bestookt werden met bommen en granaten,werd boven het lawaai een nieuw geluid hoorbaar. De Typhoons met hun raketten hadden eindelijk kunnen opstijgen en de salvo's die tijdens de eerste van de vierhonderd vluchten die dag werden afgegeven deden het getij keren. Terwijl de piloten hun doelen uitzochten,rukten de Commando's snel landinwaarts. De overgebleven schepen van de ondersteuningseskader kregen opdracht het gevecht af te breken. Tien van de 25 schepen waren verloren gegaan en zes onherstelbaar beschadigd,172 officieren en overigen waren gesneuveld,terwijl 200 man gewond raakten. De opdracht die zij hadden moeten uitvoeren had boven hun krachten gelegen,toch hadden zij niet gefaald.
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar: Francesco Baracca, Italiaanse aas uit Wereldoorlog I

2013:Canadian Citizen’s Memorial Campaign in Sicily.
User avatar
Francesco Baracca
Generaal
Generaal
 
Posts: 254
Joined: 09.2009
Location: Laarne
Gender: Male

Re: De aanval op Walcheren,Operatie 'Infatuate'.

Postby Francesco Baracca » 11 Nov 2009, 19:31

Na de landing bij Westkapelle.
De mariniers van No.41 Commando,onder luitenant-kolonel E.C.E. Palmer,die ten noorden van het dijkgat aan land waren gegaan zetten onmiddelijk koers naar Westkapelle. Gesteund door een Sherman vlegeltank van het 1e bataljon Lothians die de Duitse stelling in de vuurtoren van Westkapelle had uitgeschakeld,namen zij binnen een uur na de landing het dorp in. Om 12.30u hadden zij,met steun van de Warspite en Typhoons van de RAF,batterij W15 van vijanden gezuiverd waarna zij opdrongen naar enkele stellingen in de buurt van de vuurtoren die zij om 14.30u veroverden. Vervolgens,ver onder hun tijdschema,trokken de Commando's snel naar de duinen,zich al vechtend een weg banend van de ene sterkte naar de andere,totdat zij bij het vallen van de avond het grootste deel van Domburg in handen hadden.
Vanaf het zuiderlijke bruggehoofd maakte No.48 Commando aanvankelijk goede vorderingen totdat bij batterij W13 de eerste hardnekkige tegenstand werd ontmoet. Oorspronkelijk hadden de Commando's gerekend op steun van tanks en andere voertuigen,maar na verlies van de eigen zware wapens tijdens de landing,zonder hulp van het uit de strijd genomen ondersteuningseskader en zonder tanks,moest 'Y' Troop het zaakje alleen opknappen. Zo hevig was de tegenstand dat de aanvallers of gedood of gewond werden voordat zij het doel konden bereiken. Nadat enig goed gericht vuur vanuit zee de verdedigers niet uit hun stelling had verdreven,keerde de commandant,luitenant-kolonel Moulton terug naar het Brigade hoofdkwartier om meer steun aan te vragen. Bij een nieuwe aanval verloor 'Z' Troop de helft van zijn sterkte en pas na een artillerie bombardement vanuit Breskens en een vernietigende luchtaanval,slaagde 'B' Troop er om 16u in de batterij te veroveren.
No.47 Commando had tijdens de landing zware verliezen geleden. Zeventien Weasels waren verloren gegaan alsmede al het verbindings-materiaal. Alsof dit nog niet genoeg was,waren drie landingsvaartuigen aan de verkeerde kant van het dijkgat terecht gekomen,terwijl de schepen met munitie en rantsoenen de kust niet hadden kunnen bereiken. Gelukkig diende No.47 Commando als reserve. Pas tegen 15.30u was men gereed voor de herhaaldelijk uitgestelde opmars naar Vlissingen.
Voor het pantsermateriaal was het een noodlottige dag geweest. Hoewel de tanks die landinwaarts waren gegaan schitterend werk hadden verricht,waren er er veel te weinig. Voordat de LCT's de kust hadden bereikt waren er de onvermijdelijke verliezen geweest,maar,eenmaal aan land,ontdekte men dat de 30 ton zware voertuigen muurvast in de klei konden blijven steken. Vier vlegeltanks,vier AVRE's van de genie en een gepantserde bulldozer moesten aldus na de landing worden achtergelaten. Na D+1 verminderde door gelijksoortige omstandigheden het aantal inzetbare tanks,zodat tenslotte nog twee AVRE's en twee Shermans operationeel waren.
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar: Francesco Baracca, Italiaanse aas uit Wereldoorlog I

2013:Canadian Citizen’s Memorial Campaign in Sicily.
User avatar
Francesco Baracca
Generaal
Generaal
 
Posts: 254
Joined: 09.2009
Location: Laarne
Gender: Male

Re: De aanval op Walcheren,Operatie 'Infatuate'.

Postby Francesco Baracca » 11 Nov 2009, 19:32

Vlissingen.
Terwijl de mariniers vanuit Westkapelle oprukten,had No.4 Commando goede vorderingen gemaakt in Vlissingen. De belangrijkste doelen waren de vijandelijke posities die de kuststrook beheersten,de uitvalswegen en het aangrenzende havengebied. No.2 Troop grendelde zeer snel het gebied van de Oranjemolen af. No.6 Troop met als gids kapitein P.H. van Nahuijs (voordat hij enkele weken tevoren uitweek naar Zeeuws-Vlaanderen inspecteur van politie in Vlissingen) bereikte spoedig het gebied ten westen van de scheepswerf met de codenaam Bexhill. Zij ontmoetten weinig tegenstand,maar de rest van No.4 Commando was minder fortuinlijk. No.11 Troop kreeg na een kort gevecht het Arsenaal in handen,maar No.3 en No.5 Troop raakten aan de zeekant in moeilijkheden bij de ingang van de vissershaven en bij wat in de volksmond de "bomvrije"-kazerne heette. No.5 werd spoedig bijgestaan door militairen van de 155e brigade. De rest van de dag was men in een hevig gevecht gewikkeld met een 20-mm luchtafweerstelling. Tegen de avond voegde men zich bij No.1 en No.3 Troop die zich een weg hadden gevochten naar de Spuikom en de Coosje Buskenstraat om daar te stuiten op hevige tegenstand vanuit enkele versterkte punten. Overdag hadden Spitfires en Typhoons van de 83e Groep van de RAF totaal 152 vluchten uitgevoerd tegen doelen in Vlissingen. Tegen 22.00u,toen brigade-generaal McLaren zijn orders uitgaf voor de volgende dag,was de stad voor de helft stevig in geallieerde handen.
Bij het dagaanbreken,terwijl mannen van het 4e bataljon King's Own Scottisch Borderers oprukten langs de Schelde- en de Van Dishoekstraat,begon het 5e bataljon van dit regiment,samen met een Commando Troop en een mitrailleur-detachement aan de opmars landinwaarts langs het Kanaal door Walcheren. Door eigen slecht gericht artillerievuur raakten 12 van hun mensen gewond,hetgeen niet verhinderde dat met de opmars goede voortgang werd gemaakt. Belangrijke steun kregen zij van het 3,7-inch berggeschut - een onwaarschijnlijk wapen in vlak terrein,maar het maakte nu eenmaal deel uit van de brigade en het had belangrijk werk gedaan bij het onschadelijk maken van mitrailleursnesten in de hoge kranen van de scheepswerf.
De Franse commando's van No.5 Troop bevonden zich in het centrum van een van de hevigste gevechten toen zij de verdere zuivering van de Coosje Buskenstraat hervatten. Terwijl zij van huis tot huis voorwaarts gingen,schoten zij met een PIAT vanaf de daken om de vijand op z'n plaats te nagelen. De bemanning van een bunker aan het eind van de Coosje Buskenstraat moest met behulp van luchtsteun tot overgave worden gedwongen. Voordat de strijd om Vlissingen geëindigd was moest nog hevig gevochten worden tegen het zwaar verdedigde Hotel Brittania waar zich het hoofdkwartier bevond van de Duitse kolonel Reinhardt. Toen dit in een fort veranderde hotel was gevallen braken er,na een strijd van 40u,enkele momenten van rust aan voor de Commando's en de 155e brigade.
Op D+1 was No.47 Commando in zware gevechten gewikkeld om batterij W11 ten noordwesten van Vlissingen uit te schakelen. Links laten liggen was niet mogelijk omdat haar kanonnen die dag al een naderend landingsvaartuig hadden doen zinken. Een bombardement vanuit Breskens met 7,2-inch geschut had geen uitwerking gehad. De enige naderingsweg was door het duinzand waarbij alle munitie en voorraden met mankracht moesten worden aangevoerd. Steun van tanks was onmogelijk. Weliswaar verleende de Erebus steun met haar kanons - de versleten Warspite was uit de strijd genomen - maar ondanks haar inspanningen bleven de Duitsers in hun bunkers. Als tijdelijke versterking werden No.41 Commando en één Troop van No.48 naar dit strijdtoneel gebracht,waarbij Domburg en de vijandelijke stellingen in het noorden van Walcheren werden overgelaten aan de Noren en Belgen van No.10 (Interallied) Commando. Om 09.00u op D+2 begon No.47 waarbij Nederlanders van No.10 Commando waren ingedeeld,de aanval,terwijl vrijwel tegelijkertijd één van de hevigste artilleriebombardementen van de operatie losbarstte. Deze keer werd de batterij onder de voet gelopen en meteen daaropvolgend W3 genomen,waarna de opmars richting Vlissingen werd voortgezet tot aan het Nollegat.
No.1 keerde op D+3 terug naar de noordkant van het eiland om de laatstez verdedigers daar uit hun batterijen te jagen. Tegen die tijd had No.41 versterking gekregen van No.4 dat via Zoutelande onder het opruimen van weerstandsresten was opgerukt. De 155e Brigade had de rechterflank onder controle,enkele stellingen hielden echter nog stand. Terwijl No.10 Commando de met mijnen bezaaide duinen achter Domburg zuiverde van de laatste verdedigers,capituleerde W18 tenslotte op D+4,maar op de noordelijkste punt bleef W19 tot de late avond van D+6 herhaalde aanvallen afslaan,totdat de Duitsers zagen dat hun positie hopeloos was. De dag tevoren was de 156e Brigade van de 52e Lowland Divisie opgerukt in de richting van Veere en eenheden van de 157e Brigade hadden Middelburg bereikt. Vroeg in de morgen van D+7 aanvaardde No.4 Commando,dat toen Veere was genaderd,de overgave van de resterende Duitse troepen.
Het wegen van mijnen op de Schelde was inmiddels begonnen. Op 28 november kon het eerste konvooi,geleid door het Libertyschip Fort Cataraqui,afmeren in Antwerpen. Daarmee begon de zo noodzakelijke bevoorrading van het front langs de kortere route waarvoor op Walcheren zo heftig was getreden.
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar: Francesco Baracca, Italiaanse aas uit Wereldoorlog I

2013:Canadian Citizen’s Memorial Campaign in Sicily.
User avatar
Francesco Baracca
Generaal
Generaal
 
Posts: 254
Joined: 09.2009
Location: Laarne
Gender: Male


Who is online

Users browsing this forum: No registered users and 1 guest

cron